| abstract | Een motie in 2005 waarin het kabinet verzocht werd het openbaar gebruik van de boerka te verbieden
heeft een levendige discussie over gezichtsbedekking in het openbaar doen oplaaien. Sindsdien hebben
deskundigen hun visie in juridische en maatschappelijke zin gegeven, zijn er twee wetsvoorstellen
ingediend, waarvan het ene een discriminatoir en het ander een neutraal verbod voorstelt, en heeft de
Raad van State advies gegeven over het eerstgenoemde voorstel. In deze bijdrage zal de auteur beide
wetsvoorstellen in onderlinge samenhang en in samenhang met het deskundigenrapport en het advies
bespreken. Zij komt tot de conclusie dat de noodzaak en doelmatigheid van beide wetsvoorstellen niet
voldoende is aangetoond waardoor het vooralsnog voorbarig is een van beide wetsvoorstellen aan te
nemen. |