Aan het einde van de zeventiende eeuw wordt de filosofische discussie
sterk bepaald door het spinozisme, het empirisme van Locke en het
rationalisme van Leibniz. Spinoza was al overleden (1676), maar zijn
invloed is sterk; Locke (overleden in 1804) en Leibniz (overleden in
1716) zijn op het hoogtepunt van hun carrière. Nederland fungeerde
als intermediair: Spinoza was Nederlander en heeft hier altijd gewoond
en gewerkt; de Duitser Leibniz kwam hem hier opzoeken. De
Engelsman Locke heeft jarenlang in Nederland gewoond (tot 1689) en
schreef er zijn eerste werk over tolerantie. Leibniz polemiseerde tegen
Locke, maar Locke heeft zich helaas niet verwaardigd te reageren.
Belangrijke punten in de discussie rond 1700 waren: de functie en de
draagwijdte van de rede; is God redelijk en heeft hij de wereld redelijk
ingericht? Is er aangeboren kennis inclusief morele normen en
kennis van God? Hoe is de relatie tussen de godsdiensten en hoe tolerant
moet men zijn?
|