4. Analyse van verkeersborden
4.1 Verhouding typen pictogrammen en informatie op het bord
4.2 Classificatie van de typen pictogrammen
4.2.1 Definities van de typen pictogrammen
4. Analyse van verkeersborden
N.B. In bijlage 1 is een complete uitgebreide overzichtstabel met alle ontlede kenmerken per verkeersbord (met afbeelding) te vinden.
Volgens het RVV zijn basaal gezien de volgende bordkenmerken te onderscheiden:
Verbodsborden: rond bord met rode rand.
Gebodsborden: rond blauw bord.
Waarschuwingsborden: driehoekige borden met rode rand.
Aanwijzingsborden: rechthoekige of vierkante blauwe borden.
Deze kenmerken zijn op veel borden van toepassing, maar zeker niet op allemaal. De borden B1 en B2 zijn bijvoorbeeld vierkant, maar hebben geen blauwe achtergrond. Bovendien hebben de borden de vorm van een 90 graden gedraaid verkant. Ook het stopbord (Bord B7) valt buiten deze indeling - het bord is namelijk achthoekig. Ook het bord B6 valt niet helemaal binnen de verdeling. Deze buitenbeentjes zijn waarschijnlijk later aan het bordensysteem toegevoegd, wat het moeilijker maakt ze onder een dergelijke noemer te plaatsen.
De verkeerstekens op verkeersborden zijn in het RVV 1990 onderverdeeld in 11 categorieën (hoofdstukken), te weten:
A B C
D
E
F
|
Snelheid
Voorrang
Geslotenverklaring
Rijrichting
Parkeren en stilstaan
Overige geboden en verboden |
G
H
J
K
L
|
Verkeersregels
Bebouwde kom
Waarschuwing
Bewegwijzering
Informatie |
Deze benamingen lijken echter wat willekeurig, ze zijn niet specifiek genoeg. Om deze reden had ik aanvankelijk zelf een categorisering van soorten informatie die op verkeersborden staan gemaakt. Hier kom ik weldra op terug.
Bij het analyseren van de verkeersborden vielen de borden verder te ontleden dan ik in eerste instantie had gedacht. Bij de ontleding van de toolbar-pictogrammen uit Internet Explorer (Hennequin, 2004) was namelijk sprake van een heel andere opbouw en ik had aanvankelijk verwacht dezelfde categorieën en informatie-elementen toe te kunnen passen op de verkeersborden. Verkeersborden bevatten echter regels waaraan de weggebruiker zich moet houden, terwijl Internet Explorer pictogrammen een actie beschrijven. De categorieën van 'soorten informatie' moesten aangepast worden - de categorieën 'de actie zelf', 'bestemming (of resultaat) van de actie', en het 'middel tot het doel' moesten omgezet worden. Aanvankelijk had ik zelf categorieën gemaakt en benoemd, maar op bepaalde punten waren de definities van deze categorieën wat moeilijk te dichten. De aanvankelijk gebruikte categorieën en hun beschrijving zijn te vinden in bijlage 2.
Bij nader inzien en na het (her)ontdekken van een standaard borden categorisering van het RVV (SWOV, 1966) heb ik deze categorisering aangehouden. In tweede instantie luidden de categorieën voor soorten informatie als volgt: 'gebod', 'verbod', 'waarschuwingsbord' en 'aanwijzingsbord'.
Het soort informatie dat op het bord stond werd dus omgezet van 'de actie zelf', 'bestemming (of resultaat) van de actie', of het 'middel tot het doel' naar 'gebod', 'verbod', 'waarschuwingsbord' en 'aanwijzingsbord' - een heel ander soort informatie dus. Deze soorten informatie zal ik toelichten. Gebodsborden worden, zoals ook hierboven beschreven, gekenmerkt door een rond blauw bord en verbodsborden zijn rond en hebben een rode rand. Een waarschuwingsbord draagt zoals de benaming al zegt een waarschuwing in zich. Een waarschuwingsbord wordt gekenmerkt door een driehoekig bord met een rode rand. Een aanwijzingsbord geeft aanwijzingen in het verkeer en kenmerkt zich door een rechthoekig of vierkant blauw bord.
Niet alle borden pasten in deze bordvormen en bijbehorende kleurindicaties. De borden B1 en B2 (zie bijlage 1), die het begin en het eind van een voorrangsweg aangeven, voldeden zowel niet aan de vorm als aan de kleur van één van de categorieën. Aan de hand van de betekenis van de borden konden zij echter in de 'Aanwijzingsbord' categorie geplaatst worden. Ook Bord B7, het achthoekige stopbord, paste niet in één van de categorieën. Ook hier werd aan de hand van de betekenis bepaald dat het bord een gebod inhield. Bord C2 'Eenrichtingsweg' voldeed wel aan de vorm, het bord is rond, maar voldeed niet aan de kleurcodes. Aan de hand van de betekenis van het bord werd deze in de categorie 'Verbod' geplaatst. De borden A2, F2, F4 en F8 waren weliswaar rond, maar zijn helemaal wit en hebben geen rand en pasten hierdoor niet direct in een categorie. Deze borden, die alle vier een ontheffende functie van een eerder ingesteld verbod weergeven, zijn aan de hand van hun betekenis in de categorie 'Verbod' geplaatst. Na deze indeling te hebben gemaakt, heb ik de borden ontleed op basis van de bordvorm, de aanwezigheid van een rand (of bies) en de achtergrondkleur. Ook keek ik naar de soort informatie dat op het bord stond. Deze ontleding staat in tabel 1 weergegeven.
Een opmerking betreffende de randkleur: de bies, die meestal wit, soms grijs of zwart van kleur is heb ik niet als 'rand' beoordeeld. De bies is namelijk een smal randje dat de herkenbaarheid van het bord bevordert door deze 'in te kaderen', zodat het bord meer afsteekt bij de omgeving (Van Vliet, 1992). De bies heeft verder geen communicatieve functie - de borden met een 'echte' rand hebben dit wel. Als ik dus spreek over de 'rand' van een bord, heb ik het uitsluitend over echte randen en niet over biezen.

Tabel 1: ontleding van de verkeersborden op basis van bordvorm, rand, achtergrondkleur en soort informatie op het bord. Toelichting
afkortingen: Achtergr. = achtergrondkleur; Waarsch. = waarschuwingsbord; Aanwijz. = aanwijzingsbord.
^boven
4.1 Verhouding typen pictogrammen en informatie op het bord
Naast de basiselementen van het bord (de vorm, rand en achtergrondkleur) zijn de twee kenmerken die interpreteerbaar zijn, namelijk het type pictogram en de informatie op het bord , interessant om in verhouding te zien. Deze verhoudingen zijn in tabel 2 weergegeven.
Bij een eerste categorisering bleek dat niet alle borden in één categorie konden worden ingedeeld, omdat een aantal borden uit meerdere elementen bestaan. Bijvoorbeeld bij borden met ontheffende informatie, waarbij óf een enkele rode óf drie grijze strepen overdwars over het verkeersbord lopen. Deze strepen hebben een symbolische functie, maar dit staat los van de eigenlijke betekenis van het bord. Ook kon een bord een aanvullend tekstelement of een extra icoon hebben. Deze 'extra elementen' staan weergegeven in tabel 2. Ik ben nagegaan in hoeverre deze extra elementen invloed hebben op de moeilijkheid van verkeersborden. De resultaten hiervan worden in paragraaf 6.3.7 'De invloed van extra beeldelementen' besproken.
^boven
4.2 Classificatie van de typen pictogrammen
Op elk verkeersbord wordt iets afgebeeld, bijvoorbeeld een motorfiets op een bord dat een verbod aangeeft voor een motorfiets om een bepaalde weg in te rijden, of een pijl om aan te geven welke richting ingereden kan of moet worden. De betekenis van een illustratie, en dus pictogram, wordt volgens Barthes (1982) duaal bepaald door maker en gebruiker, met hun eigen individueel verschillende sociale, culturele, politieke normen en waarden. De ontwerper van een pictogram kan van te voren dus nooit honderd procent uitstippelen of berekenen welke betekenis een persoon aan een afbeelding zal geven. Wel kan men van te voren brainstormen over welke mogelijke betekenissen men aan de hand van mogelijk logische gedachtesprongen zou kunnen bedenken. Volgens Barthes (1982) zijn beelden altijd ontleedbaar. Hij claimt dat ze bestaan uit taal - en beeld elementen. Elke afbeelding bestaat volgens hem uit signifiants (de afbeelding) en signifiés (de betekenis). Saussure (Harrison, 2003) gaat ook uit van dit 'tweedelingsmodel' met betrekking tot beelden. De signifiant noemt hij 'signifier' en de signifié noemt hij 'signified': met signifier bedoelt hij de vorm dat het beeld aanneemt, met signified het concept, de betekenis dat het representeert. Kort gezegd gaan beide modellen dus uit van een afbeelding en een betekenis van die afbeelding (Hennequin, 2004).
Ik heb mijn classificatie gebaseerd op de gebruikelijke onderverdeling in iconen, indexen en symbolen. Deze onderverdeling heb ik echter uitgebreid. Bij mijn eerdere onderzoek (Hennequin, 2004) heb ik gebruik gemaakt van vijf categorieën: 1) Icoon ; 2) Iconische index ; 3) Index ; 4) Vergezochte index en 5) Symbool . Bij de verkeersborden waren er geen borden die op de definitie van de categorie 'Iconische index' van toepassing waren, dus bij dit onderzoek zal ik verder niet ingaan op de dit type. Het kan bij een groep pictogrammen zo zijn dat niet alle mogelijke typen voorkomen (zie hiervoor verder hoofdstuk 9 'De toepasbaarheid van de moeilijkheidsindex'). Bij de analyse van de verkeersborden bleek dat er een nieuwe categorie om de hoek kwam kijken, namelijk: 'Tekst'. De categorie 'Tekst' is van toepassing op verkeersborden waarop (hoofdzakelijk) cijfers en letters staan om de betekenis van een bord over te brengen. De gebruikte typen zijn voor dit onderzoek dus als volgt: 1) Tekst; 2) Icoon; 3) Index; 4) Vergezochte index en 5) Symbool. Als de categorieën op de schaal van een moeilijkheidsindex bekeken worden is 'Tekst' het minst ingewikkelde type en 'Symbool' het meest ingewikkeld. Bij type 1 is het verband tussen het pictogram en de bijbehorende betekenis het meest direct en hierdoor het gemakkelijkst te achterhalen. Type 5 is het moeilijkst te begrijpen, omdat het hier een afbeelding betreft, waarbij de pictogram/betekenis-relatie uitermate indirect is - de relatie is namelijk conventioneel - en hierdoor erg moeilijk te achterhalen.
Er is dus sprake van een oplopende moeilijkheidsgraad bij de typen pictogrammen, waarbij type 1 het 'makkelijkst' en type 5 het 'moeilijkst' genoemd kan worden. De aanwezigheid van gedachtengangen in logica-patronen neemt vergelijkbaar toe naarmate het verband tussen het pictogram en de betekenis meer indirect wordt.
De moeilijkheidsindex ziet er als volgt uit:

^boven
4.2.1 Definities van de typen pictogrammen
Ik zal de vijf typen nu definiëren. Gebruikelijk worden pictoriale elementen onderverdeeld in iconen, symbolen en indexen. Ik zal het onderscheid tussen deze categorieën uitleggen.
Het icoon Bij een icoon is (duidelijk) een gelijkenis te herkennen met een object of een persoon. Een icoon verwijst direct naar iets, wat niet genoemd wordt, maar duidelijk iets overeenkomstig heeft met dat wat afgebeeld wordt. Een voorbeeld hiervan kan gezien worden in een afbeelding van een huis zoals in figuur 1. Ook al bevat de illustratie slechts een paar lijnen, het ziet er uit als een (aanzicht van een) huis.
Om dit wat concreter te maken: met betrekking tot de verkeersborden is een voorbeeld van een iconisch verkeersbord het bord dat staat weergegeven in figuur 2. De afbeelding is veelal vierkant met wat rondjes aan de onderkant, maar toch is dit duidelijk een afbeelding van een vrachtwagen. Het betreft hier bord C7, wat aangeeft dat de betreffende weg gesloten is voor vrachtauto's.
Soms is een betekenis iets ingewikkelder om uit te beelden, bijvoorbeeld omdat het object heel groot of heel klein is, maar dan nog kunnen deze objecten iconisch verbeeld worden, zoals bord J6 (zie figuur 3) en J7, waarop een steile helling en een steile daling wordt afgebeeld - een hellende of dalende weg is vaak van een aardige omvang. Bij deze borden heeft het extra tekstelement een aanvullende functie bij het icoon (de zwarte driehoekmassa). Daarentegen wordt bij bord J36 (zie figuur 4) een klein object ingezoomd weergegeven, namelijk een sneeuwvlok. De sneeuwvlok is weergegeven op een manier zoals dit vaker gebeurt. Een sneeuwvlok is nauwelijks waarneembaar zoals op de afbeelding is afgebeeld, maar als er op een sneeuwvlok wordt ingezoomd, ziet hij er zo uit als op het verkeersbord, wat het een iconische afbeelding maakt.
|
 |
De index
Bij een index is het pictogram herkenbaar, niet omdat het betrekking heeft op een object of een persoon, maar omdat de betekenis tussen beeld en het betreffende concept waar het voor staat, (goed) te herkennen is en met logisch verstand te achterhaald kan worden. Bijvoorbeeld een afbeelding als figuur 5. [8] Hierop staan een lepel en een vork afgebeeld. Omdat men in de Westerse cultuur gebruikelijk met (onder andere) een vork en lepel eet, duidt dit op eten, wat op zijn beurt weer kan duiden op een eetgelegenheid.
Er is bij een index sprake van een indirect verband tussen het pictogram en de bijbehorende betekenis. Hierbij is een rol weggelegd voor metaforen. Een juiste metafoor zou concepten en afbeeldingen moeten uitbuiten om relaties aan te geven, waar de gebruiker al bekend mee is. Soms is het moeilijk om pictogrammen te ontwerpen die direct geassocieerd kunnen worden met de betekenis van het betreffende pictogram. In zulke gevallen kan het handig zijn metaforen te gebruiken.
Ik zal dit illustreren met een paar voorbeelden van verkeersborden. Er bestaan heel veel verkeersborden met pijlen erop. De pijl is een aloude index: de vorm van de 'pijl' geeft de richting aan - hier betreft het de rijrichting. De vorm van een bord kan hierbij nog een extra betekenis geven. Bijvoorbeeld: een rond blauw bord met een pijl is een verplichte rijrichting (borden D1 - D7), een vierkant blauw bord geeft een eenrichtingsweg aan (borden C3-C4). In figuur 6 is bord C4 te zien: de pijl wijst naar rechts, wat in dit geval duidt op een eenrichtingsweg naar rechts.
Je zou kunnen denken bij bord E4 (zie figuur 7): er staat een P op het bord en dit is een letter, dus dit bord valt in de categorie 'Tekst', maar omdat P een afkorting is hoort hij niet in die categorie. Het interpreteren en betekenis geven aan een afkorting verloopt namelijk ingewikkelder dan bij een tekst of getal. Bord E4 betekent 'Parkeergelegenheid'. In een verkeerssituatie is de betekenis van de letter P enigszins afgebakend, maar je moet wel op het woord 'Parkeren' komen. Hier geldt dat de P met logisch nadenken achterhaald kan worden.
Bord F1 (zie figuur 8) betekent 'Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen'. Op het bord zijn twee iconische auto's te zien die naast elkaar zijn afgebeeld (de kleurcode daargelaten). De pictogram/betekenis-relatie is echter niet iconisch, maar indexicaal. Het naast elkaar rijden van auto's houdt in het verkeer gewoonlijk in dat een auto een ander auto aan het inhalen is. Deze activiteit wordt niet door het bord uitgebeeld, maar kan door logisch nadenken achterhaald worden.
Bord J33 betekent 'File'. Op het bord staan drie (iconische) auto's afgebeeld (zie figuur 9). Ook bij dit bord is de pictogram/betekenis-relatie niet iconisch, maar indexicaal. Drie auto's maken nog geen file, maar drie auto's zijn er meer dan één auto. Het gaat dus blijkbaar om meer auto's. Veel meer dan drie auto's is heel veel auto's, die samen tot een file (kunnen) leiden of een file kunnen vormen. Ook hier geldt dus: met wat logisch redeneren is de betekenis van het verkeersbord te achterhalen. |
 |
Het symbool
Bij een symbool is sprake van een illustratie die totaal geen logisch verband vertoont met de bijbehorende betekenis. De herkenning van symbolen berust op conventies, onderlinge afspraken, en deze afspraken moeten dus aangeleerd zijn om de betekenis te kunnen achterhalen. Zie bijvoorbeeld Figuur 10. [9] De naam 'druiven' berust op een afspraak - ooit is afgesproken dat een vrucht met een aantal groen/gelige ovalen rondjes een druif genoemd wordt. Net al de vraag waarom een 'tafel' een tafel heet en een 'stoel' een stoel, is de benaming 'druiven' een relatie van symbolische aard. Een wat extremer voorbeeld van een symbool is onderling afspreken dat een illustratie van een vierkant 'driehoek' betekent. Dit is niet vanzelfsprekend, integendeel, maar als het onderling is afgesproken, dan is het zo.
Dan nu een paar voorbeelden van symbolische verkeersborden. Neem bijvoorbeeld Bord B1, dat 'Voorrangsweg' betekent. Er is nergens een verband tussen een oranje gedraaid vierkant met een witte rand eromheen dat duidt op de bijbehorende betekenis.
Hetzelfde geldt voor Bord C1, dat de betekenis 'Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee' heeft. Het bord is eigenlijk leeg, wat eigenlijk vrij tegenstrijdig is, omdat het bord op bijna alle weggebruikers betrekking heeft. Mogelijk is de verklaring voor dit symbool dat de afbeeldingen van de weggebruikers, waarop dit bord betrekking heeft, niet op het bord pasten en dat zo is besloten dan maar het exact tegenovergestelde van 'alle weggebruikers' af te beelden: een 'leeg' bord. Dit is slechts een persoonlijke gissing, maar al met al is dit bord symbolisch. |
 |
De vergezochte index
De 'Vergezochte index' is een uitbreiding van de bestaande typen. Deze indexen zijn moeilijk te herkennen, waardoor deze als index een extra moeilijkheidsgraad worden toebedeeld. Bij deze pictogrammen is op zich een indexicale relatie te ontdekken, maar hiervoor is een aanzienlijk aantal hersenkronkels nodig. Neem bijvoorbeeld verkeersbord C2, dat 'Eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee' betekent. De witte rechthoek op het bord zou gezien kunnen worden als een balk, die iets blokkeert. Met een verkeerssituatie zou de balk bepaalde voertuigen kunnen blokkeren of weren. Deze verklaring is echter niet bepaald gemakkelijk te bedenken. Ook bij bord J11, dat 'Overweg zonder overwegbomen' betekent, is de juiste betekenis vrij moeilijk te achterhalen. Op het bord is een pictogram van een (ouderwetse) stoomtrein te zien. De betekenis is echter niet direct 'let op voor de (passerende) (stoom)trein'. De juiste betekenis heeft betrekking op een overweg zonder overwegbomen - deze informatie probeert het bord te communiceren. Er zijn geen overwegbomen op de afbeelding te zien en dit correspondeert met de betekenis van het bord, maar je kunt er natuurlijk niet iets communiceren door het niet af te beelden.
Bord C21 (zie figuur 15) betekent 'Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen, waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord is aangegeven'. Het bord bevat een afkorting die vrij moeilijk te achterhalen is, omdat het een niet echt voor de hand liggende betekenis heeft. De t staat voor 'ton', en is voornamelijk van toepassing op vrachtwagens met zware ladingen. Als de t is verklaard, moet ook nog bedacht worden waar de (hier:) 5,4 ton op van toepassing is: de lading van een aanhanger of van het gehele voertuig? Er staat verder geen specificatie op het bord, dus aangenomen mag worden dat de melding voor het gehele voertuig geldt, en dit klopt. Het bord kan 'ontcijferd' worden, maar zeker met enige moeite.
Bord F6 (zie figuur 16) betekent 'Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan'. Normaal gesproken staan de pijlen (indexicaal gezien) voor een rijrichting. Dit is hier ook het geval. Maar het bord betekent niet 'U mag op deze weg twee richtingen in rijden'. De pijlen hebben bovendien betrekking op de rijstrook waar de weggebruiker zich op bevindt - de weggebruiker moet zich met één van de twee pijlen zien te identificeren - de rechter pijl. Door de kleurcodering wordt aangegeven dat één van de twee richtingen voorrang heeft ten opzichte van de ander. Dit wordt uit de pijlen alleen niet duidelijk.
Bord L5 (zie figuur 17) betekent 'Einde rijstrook'. Ook hier geldt dat de pijlen niet alleen de rijrichting aangeven, maar dat de pijlen ook voor een rijstrook staan. Net als bij bord F6 moet de weggebruiker zich met één van de pijlen zien te identificeren door deze te koppelen aan zijn weglocatie. De meest linkerpijl op dit bord geeft niet simpelweg een wegrichting aan, maar het einde van de meest linker rijstrook. Doordat de meest linkerpijl wijst op de middelste pijl kan geconcludeerd worden dat ingevoegd moet worden, maar uit het bord zelf kan enkel gegist worden dat de reden voor dit invoegen het einde van een rijstrook is. Een ingewikkeld bord, dat goed bestudeerd moet worden, voordat het juist begrepen kan worden.
|
 |
Tekst
Het type 'Tekst' is van toepassing op verkeersborden waarop (hoofdzakelijk) cijfers en letters staan om de betekenis van een bord over te brengen. Een beperking van deze categorie is dat hij niet van toepassing is op afkortingen. Het interpreteren en betekenis geven aan een afkorting verloopt namelijk ingewikkelder dan bij een tekst of getal. Afkortingen behoren toe tot de indexen, zoals eerder werd uitgelegd. De verkeersborden in figuren 18, 19 en 20 geven door middel van cijfers en woorden, die op de borden worden weergegeven, vrij goed de betekenis van de borden aan. Bord A2 betekent 'Einde maximumsnelheid', bord B7 betekent 'Stop' en 'Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg' en bord G13 betekent 'Onverplicht fietspad'. De moeilijkheidsgraad van het type 'Tekst' moest nog bepaald worden.
De moeilijkheidsgraad van borden die in deze categorie vallen, plaats ik gelijk aan de moeilijkheidsgraad van het icoon. Waarom plaats ik deze gelijk aan de moeilijkheidsgraad van het icoon? Ik stelde in paragraaf 2.2.9 genaamd 'Verbale versus symbolische verkeersborden' dat over het algemeen wordt aangenomen dat pictogrammen gemakkelijk te herkennen zijn en dat de betekenis makkelijker te onthouden is dan tekst. Dit komt doordat pictogrammen universeler zijn dan tekst en omdat een afbeelding simpelweg minder taalobstakels met zich meebrengt. Dit zou dan helemaal voor iconen moeten gelden, want iconen zijn toch de makkelijkst te begrijpen soort pictogrammen door hun rechtstreekse relatie met de werkelijkheid. Taalobstakels zijn bij een onderzoek naar Nederlandse verkeersborden onder Nederlandstalige weggebruikers echter geen discussiepunt. Een slecht ontworpen pictogram kan daarentegen het begrip en de identificeerbaarheid van een pictogram sterk tegenwerken. Uit het onderzoek moet eigenlijk blijken of de pictogrammen goed ontworpen zijn. Gesteld kan worden dat als de pictogrammen goed ontworpen zijn, zij goed begrepen worden.
Uit onderzoek van Kacmar en Carey (1991) en Nielsen (1990) is gebleken dat gebruikers liever pictogrammen dan tekst gebruiken bij het uitvoeren van taken, alhoewel de prestaties bij het gebruik van pictogrammen en tekst hetzelfde bleken te zijn. Deze onderzoeken betroffen onderzoek naar pictogrammen in het algemeen. In deze onderzoeken zijn geen pictogrammen op verkeersborden onderzocht. Maar deze bevindingen kunnen doorgetrokken worden naar de pictogrammen op verkeersborden. Al met al kan dus gesteld worden dat het niet geheel duidelijk is in hoeverre de typen 'Icoon' en 'Tekst' te onderscheiden zijn in moeilijkheidsgraad en hierom stel ik deze typen qua moeilijkheidsgraad (voor nu) op één lijn. |
 |

Tabel 2: De verhouding van het type pictogram en de informatie op het bord met of zonder extra elementen. Verklaring afkortingen kolomnamen: Tot. = totaal aantal in betreffende categorieën ongeacht of zij extra's hebben; Rand + tkt = rand + tekst; Rand + ic = rand + icoon; Rand + kc = rand + kleurcode; Kc = kleurcode; Tekst + os = tekst + ontheffingssymbool; Ic = aanvullend icoon; Ontheffing = ontheffingssymbool; Driehoek = driehoeksvorm; Bord = ander verkeersbord verkleind afgebeeld op een verkeersbord.
^boven

[8] Illustratie afkomstig van http://www.vanraalten.net/ over_mezelf.html
[9] Illustratie fkomstig van http://office.microsoft.com/clipart.html